Regelmatig laait het ergens op en breekt via social media de paniek uit. Droes is een zeer besmettelijke, nare ziekte voor paarden. Maar er gaan veel indianenverhalen over rond.

Droes wordt veroorzaakt door Streptococcus equi equi. Het nare van deze bacterie is dat ook gezonde paarden er ziek van kunnen worden. Ieder paard dat ermee in contact komt, kan worden besmet. Hebben ze de ziekte al eens gehad, dan is er enige immuniteit en worden ze mogelijk minder ziek. Maar die opgebouwde afweer zwakt in de loop der jaren af.

De vier meest voorkomende symptomen van droes zijn:

  • Hoge koorts (temperatuur boven de 39,5˚C)
  • Harde en gezwollen lymfeknopen tussen en achter de kaak
  • Gele of geelgroene neusuitvloeiing
  • Verminderde eetlust

Een paard heeft  lang niet altijd al deze symptomen, maar toch vaak wel één van deze vier. Het lastige is dat er tal van andere paardenkwalen zijn, bijvoorbeeld influenza of rhinopneumonie, die ook deze symptomen kunnen veroorzaken. Alleen door laboratoriumonderzoek is vast te stellen of het echt om droes gaat. Bij neusuitvloeiing kan de dierenarts daar een monster van nemen. Een punctie van een lymfeklier kan ook worden onderzocht op de aanwezigheid van de bacterie. Als er een opengebarsten abces in de hals is, kan daarvan een swab worden genomen. Want dat betekent niet automatisch dat het droes is. Soms wordt daar bijvoorbeeld Streptococcus equi zooepidemicus gevonden. Dat kun je beschouwen als het ‘zusje’ van droes, dat dezelfde verschijnselen kan geven, maar minder gevaarlijk is.

5droes_paard_streptococcus_equi_strangles_ziek_besmettelijk

Besmettelijk
De bacterie die droes veroorzaakt, leeft alleen in paardachtigen. Hij overleeft niet in andere gastheren of in een droge omgeving. Er is dus altijd een ‘drager’ nodig om de ziekte over te brengen. Dat paard hoeft zelf niet ziek te zijn. Hij heeft echter een voorraadje Streptococcus equi equi bij zich, meestal in de luchtzakken tussen oor en keel. Besmetting gebeurt in de meeste gevallen door neus-neus contact. De bacterie kan maar heel kort in de buitenlucht overleven en verplaatst zich niet via de lucht, in tegenstelling tot sommige virussen. In een vochtige omgeving kan S. equi equi echter wel tot een maand overleven. Let dus op met drinkbakken, houten omheiningen, etc. Hoe meer bacteriën er worden doorgegeven, hoe groter de kans op een ernstige infectie. Dikke geelgroene neusuitvloeiing, maar vooral de pus uit een opengebroken abces, bevat veel bacteriën. Als dat via kleding of harnachement wordt overgebracht, kan ook besmetting plaatsvinden. Streptococcus equi equi is bijzonder gevoelig voor ontsmettingsmiddelen. Goed ontsmetten van de stal en materiaal, zoals halsters, hoofdstellen, borstels en dekjes is dus belangrijk. Laat daarna ook alles goed drogen.

Risicopaarden
Doordat dragers uiterlijk geen symptomen vertonen, vormt  een nieuw paard op stal altijd een potentieel risico. Drie weken quarantaine, waarbij de nieuwkomer niet in aanraking kan komen met de andere paarden en zijn temperatuur twee keer per dag wordt gecontroleerd, is belangrijk. Om helemaal veilig te zijn moet aan het einde van deze periode het bloed getest worden op de aanwezigheid van antilichamen tegen de droesbacterie. De quarantaine wordt meestal als te omslachtig ervaren en gebeurt daarom vrijwel nergens. Toch is dit een belangrijke maatregel om een uitbraak van droes - en andere besmettelijke ziekten - te voorkomen.

Winterziekte?
Droesuitbraken worden het hele jaar door gezien. De tijd van het jaar heeft geen invloed op de bacterie. Wel is het zo dat paarden in de winter vaak meer met elkaar in contact komen, omdat ze binnen staan of in binnenmaneges bij elkaar komen. De kans op besmetting is daardoor groter, waardoor het lijkt alsof droes een herfst- en winterziekte is.

Jonge paarden tussen 1 en 5 jaar zijn het meest gevoelig voor droes. Als de merrie zelf ooit de ziekte heeft doorgemaakt of ertegen is gevaccineerd, krijgen pasgeboren veulens via de biest voor de eerste periode antilichamen mee . Als veulens of jonge paarden niet zelf met droes in aanraking komen, maken ze geen afweerstoffen tegen de bacterie aan. Jonge veulens komen meestal echter niet in contact met andere paarden, waardoor de infectiedruk laag is. Maar zodra ze worden gespeend en in de opfok gaan, wordt het risico groter. Dat gebeurt meestal in het najaar en op dat moment worden er dus ook meer droesuitbraken gezien.

1droes_paard_streptococcus_equi_strangles_ziek_besmettelijk

Diagnose
Het is belangrijk om bij een verdenking van droes in een zo vroeg mogelijk stadium de dierenarts te waarschuwen, zodat een diagnose kan worden gesteld. In een laboratorium wordt een monster op kweek gezet, waarna de uitslag in drie tot vijf dagen bekend is. De manier waarop een swab wordt genomen, bewaard en vervoerd is van invloed, want er zijn levende bacteriën nodig. Het is eveneens mogelijk om een DNA test te doen op het monster (PCR). Ook bij dode bacteriën levert dat binnen drie dagen een resultaat. Maar het is ook mogelijk om binnen 24 uur resultaten te krijgen. Deze test is op zich niet kostbaarder, tenzij er spoed bij is. Het nadeel is dat er slechts naar één soort bacterie wordt gezocht. Dus als het niet om Streptococcus equi equi gaat, moet er een nieuwe test worden gedaan.


Antibiotica
Paarden die besmet zijn, worden meestal ziek. Hoe ziek hangt af van de afweer die ze hebben en de mate van besmetting. Antibiotica biedt alleen een oplossing in de acute fase, als het paard hoge koorts heeft. Heeft de ziekte zich eenmaal verder ontwikkeld, dan kan antibiotica zelfs een averechts effect hebben, omdat het de abcesrijping in de lymfeknopen vertraagt en het de opbouw van immuniteit remt. Droes is een nare aandoening, waar paarden erg ziek van kunnen worden. Veulens lopen een hoger risico dan volwassen paarden. Blijvende gevolgen zijn gelukkig zeldzaam en het sterftecijfer is laag. De economische schade voor een bedrijf kan door een noodzakelijke lange quarantaineperiode echter aanzienlijk zijn. Managementmaatregelen om besmetting van andere paarden te voorkomen zijn erg belangrijk. Het zieke dier moet bij de rest vandaan worden gehaald. Ontsmet alle plekken waar hij is geweest en alle spullen waarmee hij in aanraking is gekomen.

Paniek
Een droesuitbraak veroorzaakt vaak veel ophef. Er bestaat geen wettelijke meldingsplicht omdat het een diersoortspecifieke bacterie betreft. Staleigenaren schamen zich er soms voor en proberen het daarom onder de pet te houden. Dat is niet verstandig. Droes hoeft niet met de kwaliteit of de hygiëne van een bedrijf te maken te hebben. Een paard kan het meebrengen door op een wedstrijd aan een ander paard te snuffelen dat toevallig een drager is. Juist door er open over te zijn, kunnen er maatregelen worden genomen zodat mogelijk een deel van de stal gevrijwaard blijft en verdere verspreiding wordt voorkomen. Laat voor een periode van minimaal vier (en bij voorkeur zes) weken na de laatste symptomen geen vreemde paarden bij een bedrijf met droes toe. De eigen paarden mogen uiteraard ook niet van het erf af. Paarden die droes gehad hebben blijven nog vier tot zes weken de bacterie uitscheiden. Het is dus verstandig om deze dieren nog zo lang apart te houden van de rest van de groep.

Vaccinatie
Nog beter is het om droes problemen te voorkomen door risicogroepen te vaccineren. Vaccinatie wordt aanbevolen zodat oudere veulens beschermd de opfok ingaan. Bij ‘risicostallen’ waar veel vreemde paarden komen en gaan, is het verstandig om vaker te vaccineren om de immuniteit op een hoog peil te houden. In andere gevallen volstaat een reguliere herhalingsvaccinatie. Vaccinatie kan gepaard gaan met bijwerkingen.

kader droes wat te doen tspt

Als we de ziekte ooit willen uitbannen of economische schade willen voorkomen, is vaccineren raadzaam. Daarbij is het noodzakelijk dat alle paarden van een stal worden gevaccineerd om de infectiedruk zo laag mogelijk te houden. Als slechts één paard wordt gevaccineerd en de ziekte breekt uit, is er zoveel besmetting dat dit paard ook ziek wordt. Hij herstelt wel beter en sneller omdat zijn afweersysteem is voorbereid.

Een gevaccineerd paard kan wel nog droes krijgen, maar zal veel minder erg ziek worden. Zeker op opfokbedrijven, waar grote groepen jonge paarden bij elkaar komen, kan vaccineren een groot verschil maken. Het is dan ook verstandig om bij deze vatbare groep paarden op tijd te beginnen met vaccineren. Een andere reden om te pleiten vóór vaccinatie is het verminderen van de gevolgen van droes. kader droes vrij tsptOngeveer 20 procent van de droesslachtoffers krijgt complicaties, die blijvend letsel kunnen opleveren. Soms tast pus de wand van de luchtzak aan, waar de keelzenuw vlakbij loopt. Bij beschadiging van deze zenuw ontstaat cornage. Zeldzamer, maar wel ernstiger, is de ‘verslagen’ droes. Daarbij gaat de bacterie het lichaam in en veroorzaakt ontstekingen waartegen behandelen vaak onmogelijk is. Abcessen tussen de longen of de darmen kunnen immers niet geopend en gespoeld worden om de bacterie kwijt te raken. En als ze openbarsten, is het leed niet te overzien.

Als een paard eenmaal droes heeft, heeft vaccineren geen zin meer. Vaccineren van gezonde paarden op een stal waar droes is uitgebroken, is in sommige gevallen wel nog mogelijk. Raadpleeg hiervoor je dierenarts.

Dragers behandelen

Ongeveer 10 procent van de besmette paarden blijft drager. Het is mogelijk om dragers op te sporen en te behandelen. Dragers zijn zelf niet ziek, maar hebben in de luchtzakken een reservoir aan bacteriën bij zich, waarmee ze andere paarden besmetten. Als er in het bloed antilichamen tegen de droesbacterie worden gevonden, kunnen de luchtzakken worden gespoeld. Na onderzoek van de spoelvloeistof kan gericht antibiotica worden toegediend, totdat de luchtzakken bacterievrij zijn. Uiteraard moeten deze paarden in die periode worden geïsoleerd.

Dit verhaal is tot stand gekomen m.m.w. van Dr. Thibault Frippiat, www.sportpaardenarts.nl