Geschreven door: Tessa van Daalen

Spoelwormen (Parascaris equorum) zijn vooral een probleem voor veulens en jonge paarden. Volwassen paarden bouwen er weerstand tegen op. De laatste jaren worden echter af en toe ernstige spoelwormbesmettingen aangetroffen bij volwassen paarden. De bestrijding van deze parasiet is lastig, omdat meer dan 60 procent ongevoelig is tegen middelen met ivermectine en moxidectine. Bovendien zijn de eitjes bijzonder hardnekkig. Ze kunnen tot wel tien jaar buiten het paard in een weiland overleven.

Spoelworm eitjes overleven tot 10 jaar buiten het paard

Een volwassen spoelworm is geelwit, wel een halve centimeter dik en kan 25 tot 50 centimeter lang zijn. Vrouwtjesexemplaren scheiden ongelooflijke hoeveelheden eitjes per dag uit. Via het gras worden deze door paarden opgegeten. Vooral bij veulens, die nog geen weerstand hebben opgebouwd, ontwikkelen deze eitjes in de dunne darm tot larven, die via de darmwand naar de lever kruipen. Na daar enige tijd te hebben doorgebracht, laten de larven zich via het bloed naar de longen vervoeren, waar ze soms longontsteking veroorzaken. Door te hoesten komen de larven in de mond terecht, waarna ze worden ingeslikt. Terug in de dunne darm ontwikkelen ze zich tot volwassen wormen, die weer eieren leggen. Deze cyclus duurt tien tot zestien weken.

rsz spoelwormen paard equine services (1)

Mestonderzoek werkt niet

Mestonderzoek wordt vaak gebruikt als indicatie of een paard parasieten heeft. Zomaar ontwormingsmiddelen toedienen werkt resistentie door gewenning in de hand. “Het probleem bij een besmetting met spoelwormlarven is dat je niet altijd eitjes in de mest vindt. Er zijn dan immers geen volwassen, eileggende wormen in de darmen aanwezig”, legt internist Ellen Paulussen van paardenkliniek De Lingehoeve uit. Er zijn ook gevallen bekend waarbij het mestonderzoek negatief was, terwijl er toch sprake was van een flinke spoelwormbesmetting. Volgens Paulussen zijn er wel symptomen die op de aanwezigheid van Parascaris wijzen. “Daarbij moet je denken aan hoesten, neusuitvloeiing, vermagering of lusteloos gedrag. We kunnen dan met een endoscoop van de keel tot de longen controleren of we abnormaliteiten zien. Soms zijn er ook afwijkingen zichtbaar op een röntgenfoto van de longen. Of we doen een longspoeling, waarbij we vocht inbrengen en weer terughalen, waarna we kijken wat daarin zit. Larven in de lever veroorzaken meestal geen symptomen. Tenzij ze daar een ontsteking veroorzaken. Maar dat is vrij zeldzaam.” Volwassen spoelwormen kunnen een grote kluwen in de dunne darm vormen, waardoor een paard koliekverschijnselen krijgt.


rsz equine services spoelwormen paard bron foto pexels

Wat werkt wel?

Spoelwormen zijn vooral een probleem voor veulens en jonge paarden. Toch worden af en toe besmettingen bij volwassen paarden gevonden. Volgens Ellen Paulussen gebeurt dat niet vaak. En dat dat vooral dan bij koudbloeden en Friezen zou zijn, zoals wel wordt gezegd, betwijfelt zij. “Alle paarden bouwen weerstand op als ze in hun jonge jaren in aanraking komen met deze wormsoort. Gebeurt dat niet of hebben ze zelf een ernstig afweerprobleem, dan kunnen ze besmet raken. Dat geldt voor warmbloeden net zo goed.”

Resistentie tegen ontwormingsmiddelen loopt op tot 60%

Veel spoelwormen zijn resistent tegen ivermectine en moxidectine, maar middelen op basis van pyrantel of fenbendazole zijn nog wel effectief. Ellen Paulussen heeft de voorkeur voor bestrijding met fenbendazole. “Pyrantel werkt goed, maar dan komt soms ineens een kluwen dode wormen vrij, die voor verstopping of zelfs darmscheuren kan zorgen. Fenbendazole doodt daarentegen de wormen geleidelijker.” De aanpak van de bestrijding is een zaak van overleg met je dierenarts. Soms kan het verstandig zijn om tegelijk paraffine toe te dienen, zodat de dode wormen er gemakkelijk uit glijden.

Daarnaast is het belangrijk om de besmetting van de omgeving zo goed mogelijk tegen te gaan. Hygiëne op stal en mestruimen uit de weide helpen. “Het hangt er vanaf wat voor paarden er op stal staan. Zijn daar veel veulens en jonge dieren bij, dan adviseer ik een paar keer per jaar de stallen te ontsmetten met Halamid. In andere gevallen is eens per jaar genoeg.” Het is niet verstandig om stalmest uit te rijden over het eigen weiland, aangezien de eitjes lang kunnen overleven. Weilandbeheer in de vorm van het regelmatig omploegen en opnieuw inzaaien helpt, omdat daardoor de levenscyclus van de parasiet wordt doorbroken. “En het scheelt ook als er runderen en schapen bij lopen. Die zijn ongevoelig voor de Parascaris, maar eten wel de eitjes weg. Ontwormingsmiddelen met fenbendazole hebben een ovicide werking. Dat wil zeggen dat ze zowel de larve als de eitjes doden. Dat is dus tevens een manier om de omgevingsdruk te verlagen.”

rsz paard of veulen ontwormen equine services